In onze regio….

Hoeksche Waard is een gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente ontstond na een gemeentelijke herindeling van vijf andere gemeenten (Oud-Beijerland, Korendijk, Strijen, Cromstrijen en Binnenmaas) per 1 januari 2019 en bestaat uit twee eilanden: Hoeksche Waard en het eiland Tiengemeten.
De gemeente Hoeksche Waard is van oudsher een agrarisch eiland, waar binnen de dorpen een hechte gemeenschap heerst.
Het landschap kenmerkt zich door dijken, kreken, dorpskernen, polderlandschap en landbouwakkers.

Op vele vlakken is er een actief verenigingsleven en zijn er veel initiatieven die getuigen van de gezamenlijkheid binnen de inwoners. Het eiland kent ca 87.000 inwoners met een gemiddeld inkomen van ca 29.000 pj (2020), waarmee het de 75ste positie in de ranglijst van gemiddelde inkomens per gemeente inneemt. De inwoners zijn relatief gul wanneer het om donaties en het steunen van ‘goede doelen’ gaat. Zo is de Hoeksche Waard bekend als één van de meest bijdragende gemeente aan de Roparun, waaraan zo’n 20 teams uit de Hoeksche Waard deelnemen. Verder is er een rijk cultureel leven op het eiland, getuige de vele kunstenaars, musea, ateliers en culturele activiteiten door diverse organisaties. De Hoeksche Waardse kernen zijn veelal christelijk georiënteerd, hetgeen terug te zien is in de verdeling van raadszetels waarbij een lokale partij, het CDA en de SGP in de top 3 staan.

…… Leeft de wens tot maatschappelijke vernieuwing….

In november 2020 zijn een tweetal Hoeksche Waarders naar aanleiding van alle gebeurtenissen rondom corona, begonnen om mensen die een kritische blik op het overheidshandelen hebben, te laten verbinden middels een online platform. Binnen afzienbare tijd groeiden de groep naar zo’n 500 leden, waarna in de zomer van 2021 enkele leden zich verenigden om daadwerkelijk te gaan werken aan het bouwen van een nieuwe samenleving op basis van de visie van Bob de Wit’s Society 4.0.

Het kernteam is, nog zoekende naar een formele organisatievorm, gestart met diverse concrete activiteiten, die zich verzamelen op de centrale website NieuwHWIV.nl. Door middel van het opstarten van werkgroepen in de diverse domeinen is NieuwHW in Verbinding reeds actief om een nieuwe samenleving in de Hoeksche Waard op basis van een burgermaatschappij te ontwikkelen.

Onze visie is:
Bouwen aan een vitale samenleving op basis van inclusiviteit en natuurlijke harmonie. Met inzet van ieders capaciteiten, met respect voor en het streven naar welzijn voor mens en natuur. De missie van coöperatie Nieuw HW In Verbinding is om als groep van “vrije/onafhankelijke” denkers en doeners, d.m.v. lokale initiatieven en open communicatie te werken aan een betekenisvolle en harmonieuze lokale samenleving.

…in verbinding met ‘Society 4.0’.

Wij voelen ons verbonden aan de visie, missie, doelstelling en overig gedachtegoed van de coöperatie “Coöperatieve Vereniging Society 4.0 U.A.”, waarin wij het lidmaatschap beogen uit te oefenen om hiermee de realisatie van onze doelstelling te kunnen versnellen en daarmee ook bij te dragen aan de ontwikkeling van die nieuwe samenleving zoals beoogd in het boek “Society 4.0” en waartoe de zwerm van de coöperatie Society 4.0 en verbonden regiocoöperaties elders in het (buiten)land zich beijvert.

Binnen dit netwerk willen wij leren, ons laten inspireren en voeden met concepten, producten en diensten die daar ontwikkeld worden en aan die ontwikkeling ook zelf bijdragen.

Behoudens artikel 14 van onze statuten omarmen wij onderstaande passages uit de preambule van de coöperatie “Coöperatieve Vereniging Society 4.0”:

De overgang naar een nieuwe samenleving.

In het boek ‘Society 4.0: Resolving eight key issues to build a citizens society’ (Bob de Wit, 2020) wordt betoogd dat we leven tussen twee samenlevingen in.

De ontwikkeling vooral van nieuwe technologie (zoals digitalisering, internet, robotisering, blockchain, biotechnologie, nanotechnologie, CRISPR genome editing, en het upgraden van het menselijke brein, kunstmatige intelligentie, machine learning, virtual/augmented reality, driedimensionaal printen, satelliet technologie) stuwt ons onmiskenbaar in een volgende fase.

In deze nieuwe fase zullen belangrijke ethische keuzes gemaakt moeten worden over de toepassing van deze technologieën.
Als wereldsamenleving laten we het industriële tijdperk achter ons: samenleving 3.0 (hierna te noemen: Society 3.0 of kortweg 3.0), en zijn we onderweg naar een nieuwe samenleving: 4.0 (hierna te noemen: Society 4.0 of kort: 4.0).

Periodes tussen twee samenlevingen zijn in het verleden altijd gepaard gegaan met onzekerheden en onrust, en dat is thans ook het geval.
We leven niet in een gezondheidscrisis maar in een maatschappelijke crisis. En tijdens een maatschappelijke crisis zijn er verschillende perspectieven hoe de toekomstige samenleving er kan en moet uitzien.
Deze perspectieven zijn veelal gerelateerd aan de belangen van verschillende bevolkingsgroepen: die van een elite of van de burgers.
De klassieke tegenstelling tussen een top-down elite samenleving en een bottom-up burgersamenleving is in onze tijd opnieuw van toepassing, waarbij de top-down elite samenleving zich nu op wereldschaal lijkt te manifesteren. In plaats van een economie en samenleving in het eigenbelang van weinigen, de zelfverloochening vragend door de rest, beogen we er één die het algemeen belang dient van iedereen, een nieuwe samenleving die verbindt, voedt en niet schaadt.
En in plaats van in de actueel toenemende polarisatie de hakken links of rechts in het zand te zetten is onze keuze resoluut naar voren te bewegen en ons in te zetten voor een beter alternatief.


Met de regio als basis.

Het perspectief in het boek ‘Society 4.0’ is er een van het ontwikkelen naar een burgersamenleving waar de algemene belangen van burgers centraal staan en niet van het louter dienen van een bevoorrechte groep mensen, grote bedrijven of conglomeraten (de ‘elite’). Middels de oprichting van een coöperatief netwerk willen we de vertaling van dit perspectief naar concrete acties organiseerbaar en bestendig maken. De basis van de ontwikkeling is de vorming van onderling verbonden, (grotendeels) autonome regio’s: ‘Regio 4.0’. Regio’s zijn in de nabije toekomst de geografische basis van een burgersamenleving.


De reden hiervoor is dat technologische ontwikkelingen de decentrale productie van de meeste primaire menselijke levensbehoeften mogelijk maken – van energie en voedsel tot gezondheid en onderwijs. De schaalgrootte die nodig was in een industriële samenleving met massaproductie is steeds minder relevant, en daarmee ook de landelijke inrichting van de samenleving (de ‘Nation State’). In de toekomst zijn maatschappelijke vraagstukken vooral wereldwijd (‘global’) of regionaal (‘local’). Dit document gaat over de inrichting van regio’s (‘local’).

Vraagt een fundament.

Diverse fundamenten van onze samenleving dienen opnieuw te worden opgebouwd: productie en consumptie moeten weer worden gekoppeld, waarbij werkelijke behoeften en de draagkracht van het ecosysteem leidend zijn; economische waarde dient beter voor de regio behouden te blijven teneinde toekomst- en ontwikkelingsperspectief te kunnen genereren in het belang van degenen die het meest van de regio afhankelijk zijn; de belangen van lokale burgers, lokaal gewortelde ondernemingen en organisaties weer voorop staan; en autonome Regio’s 4.0 gaan samenwerken en samen-leren met andere regio’s (op verschillende schaalgrootte afhankelijk van specifieke behoeften, technologie en de draagkracht van de ecosystemen) teneinde de autonomie van regionale ontwikkeling te kunnen versterken.

Een integrale benadering.

Een regionale samenleving bestaat uit vele maatschappelijke domeinen die het beste allemaal en integraal worden ontwikkeld. De opbouw van een regionale samenleving vereist een organisatie waarin afstemming plaatsvindt tussen de diverse domeinen door betrokken en deskundige mensen, en op basis van een goede planning, hierbij ondersteund vanuit een centrale organisatie en netwerk van zusterregio’s.

Er worden daarbij vooralsnog de volgende negen regionale domeinen onderscheiden:
Democratisch ondernemen in de regio;
Regionale economie;
Betalen en bankieren met lokaal geld;
Regionale digitale infrastructuur;
Regionale nutsvoorzieningen; Gezondheid;
Lokaal, gezond, en duurzaam voedsel;
Samen Wonen; Leren en ontwikkelen.

De domeinen kunnen eventueel in aparte stichtingen (voor bijvoorbeeld onderwijs en gezondheid), besloten vennootschappen en/of coöperaties (voor bijvoorbeeld lokaal internet, voedsel en energie) worden ondergebracht. Lokale trekkers van elk afzonderlijk domein zullen centraal afstemmen en daarbij ondersteuning ontvangen van een centrale expert. Lokaal en centraal komen trekkers/experts in coördinatiegroepen bijeen om de integraliteit te waarborgen en voor de bestuurlijke aansturing.

En horizontale zelforganisatie.

Een burgersamenleving vraagt om een andere wijze van samenwerking dan traditionele publieke organisaties of ondernemingen. Niet verticaal, hiërarchisch (top-down aangestuurd door politiek verantwoordende bestuurders dan wel gericht op interne of externe aandeelhouders) maar horizontaal, zelf-organiserend op basis van uiteenlopende ‘rollen’, onderlinge afstemming en coördinatie binnen één gemeenschappelijke bedoeling (‘purpose’). De organisatieprincipes van een burgersamenleving lijken het meeste op die van, zoals we in de natuur waarnemen, de ‘zwerm’.

Het goede functioneren van een zelf-organiserende zwerm vraagt om een goede en transparante informatievoorziening en instrumenten voor onderlinge afstemming op basis van vertrouwen. Er is inmiddels al veel software beschikbaar om de benodigde coördinatie te vergemakkelijken, die hiervoor inzetbaar is.

Middels regionale coöperatie.

De rechtsvorm die het beste past bij het zwerm-karakter en ‘steward ownership’ van een regionale organisatie is de coöperatie: enerzijds een vereniging met leden (maatschappelijk), anderzijds een onderneming werkend ten dienste van die leden (economisch). De coöperatie is relatief vormvrij en laat zich daarmee goed bewegen naar het doel van de beoogde organisatie van maatschappelijk-economische samenwerking. Het verenigingskarakter van de coöperatie staat toe dat ieder persoon, zijnde consument en/of producent, vrijwillig werkend of professioneel, als ondernemer of werknemer, in de publieke of private sfeer, lid kan worden van de coöperatie. In beginsel heeft daarbij ieder lid één stem, ongeacht de aard en het volume van diens inbreng of afname. Alleen formele leden zijn stemgerechtigd. De coöperatie wordt primair gestructureerd rondom behoeften van de leden (‘zelfvoorziening’). Vanuit deze behoeften gaat men transacties aan met de coöperatie en/of worden andere bijdragen geleverd aan de coöperatieve doelstelling.

In mondiale samenhang.

Het principe van de zwermende regionale coöperatie geldt niet alleen op het regionale maar evenzeer op het mondiale niveau, waar het bundelen van uiteenlopende expertises ter ondersteuning van regionale ontwikkeling én coördineren van regionale interacties en behoeften kan plaatsvinden. Tegelijkertijd kan Society 4.0 op bovenregionaal, mondiaal niveau wenselijke verbindingen aangaan met andere belangstellende of zelfs belanghebbende organisaties, publiek en/of privaat. Op dit centrale niveau worden verschillende vormen van betrokkenheid voorzien: een kernteam; een netwerk van experts rondom de genoemde negen domeinen voor regionale aandacht; verbonden regio’s in verschillende delen van de wereld; samenwerkende organisaties en ‘preferred suppliers’ in de toelevering van producten en diensten zowel op het mondiale als op de regionale niveaus. Ter bewaking van de zuiverheid van “Society 4.0” als concept en de bestendige realisatie van de bijbehorende visie ontwikkelt en beschermt de coöperatie “Society 4.0” ook als merk. De gebruikers van het merk (de leden) verbinden zich hiermee aan de integere naleving van de ‘geest’ waarvoor Society 4.0 staat en zoals in deze Preambule is beschreven.

Vanuit menselijkheid.

Het is evident dat een ‘Samenleving 4.0’ niet vorm zal krijgen door ‘Mens 3.0’. Tegelijkertijd is de realiteit dat we allemaal ‘producten’ zijn van Society 3.0: de scholen, het hoger onderwijs, in de winkel, de bedrijven, de markt, de media, de politiek: overal ‘leren’ we, vaak onopgemerkt, ons aan te passen aan zaken die buiten onszelf liggen, ons weghalend bij ons diepere zelf en onze natuurlijke impuls ons te verbinden met onszelf, anderen en alles wat natuurlijk en echt is. In plaats van te leren vertrouwen op onze innerlijke en gezamenlijke wijsheid ligt de nadruk op concurrentie, eigenbelang, dominantie, welvaart, groei, enzovoorts, waardoor we alsmaar verder verwijderd raken van onze hogere natuur en we onszelf, onze medemens, de bodem, het water, de lucht, de levende natuur en de samenleving in steeds heftiger mate beschadigen. We gaan hier echter niet aan deze problemen kunnen ontsnappen zonder op het persoonlijke niveau een geleidelijke, vergaande en voortdurende transformatie te ondergaan, daarin elkaar te ondersteunen en zo te bouwen aan sterke gemeenschappen, nieuwe instituties en één verenigde wereldsamenleving als geheel. Geen Society 4.0 zonder Mens 4.0. De op het boek Society 4.0 responderende lezersgroep is in zekere zin al een zelf-gefilterde startgroep van mensen die tenminste verlangen naar een ‘betere wereld’ en daarbij de mentale- en hartskeuze hebben gemaakt voor een fundamentele overstap van ‘drie’ naar ‘vier’ die hier onlosmakelijk aan verbonden is. Zij kunnen geestverwanten op hun pad ontmoeten en ook anderen de weg wijzen. En toch zal het niet vanzelf gaan, noch zal het huidige enthousiasme automatisch bestendigen. In het leerproces zal daarom ook gestructureerd aandacht zijn voor een innerlijke ‘ont-grauwing’ (in plaats van een ‘ontgroening’) en ‘ver-gouding’. Het gaat daarbij om het verinnerlijken van universele coöperatieve waarden en een nieuwe houding te vertalen naar gedrag, verbinding en samenwerking. Een bijzondere daarbij is onze omgang met geld. Opvallend is vaak hoe, zodra ‘geld’ een rol gaat spelen, dynamiek ontstaat die scheidt in plaats van verbindt. Daar bewust van te worden en van hoe het ook kan zijn, is een belangrijke sleutel voor een ‘nieuwe houding’ die de overgang van 3.0 naar 4.0 onomkeerbaar zal maken.

In signaalwoorden geduid.

Om meer duiding te geven aan de benodigde innerlijke ‘reset’ voor een bij ‘4.0’ passende ‘nieuwe houding’ en gemeenschappelijke nieuwe cultuur, volgen hier vijf sets opsommingen van signaalwoorden:

Society 3.0 schaduwkanten waarvan we graag afscheid nemen:
hebzucht, arrogantie, wantrouwen, egoïsme, consumentisme, corruptie, elitarisme, machtsmisbruik, vijandigheid, vooroordeel, haat, onderdrukking, discriminatie, manipulatie, uitbuiting, mishandeling, honger, angst en polarisatie;

Context- en ethiek-afhankelijk ongewenst of bevorderlijk:
macht, zakelijkheid, veiligheid, controle, autoriteit, leiderschap, doelgerichtheid, vastberadenheid, intelligentie, vrijheid, discipline, succes, daadkracht, groei, gedrevenheid, dienstbaarheid, trouw, opoffering en nederigheid;

Intrinsiek goede kwaliteiten om te internaliseren:
nobiliteit, authenticiteit, integriteit, betrouwbaarheid, eerlijkheid, redelijkheid, gematigdheid, kalmte, waarheidsliefde, wijsheid, sensitiviteit, liefde, compassie, zorgzaamheid, verdraagzaamheid, spontaniteit, moed, voortreffelijkheid en vrijgevigheid;

Overgang/ transformatie-aspecten om bewust mee om te gaan:
beproeving, crisis, pijn, rouw, bezinning, onderscheidingsvermogen, kennis, waarheidsvinding, gerechtigheid, ontwaking, berouw, erkenning, genoegdoening, vergeving, begrip, verzoening, hoop, genezing en bevrijding;

Society 4.0-kenmerken die we graag omarmen:
soevereiniteit, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, balans, orde, verbondenheid, eenheid, vrede, vertrouwen, zuiverheid, samenwerking, wederkerigheid, creativiteit, schoonheid, dankbaarheid, vreugde, gezondheid, voorspoed en overvloed.

Voor een hoger, mondiaal doel.

Samenleving begint vanuit het humane en houdt daar niet bij op. De wereld houdt niet op bij de regio. De eenwording van de mensheid voltrekt zich, langs de weg van gezamenlijke consultatieve wil of langs die van verschrikkingen. Naast de uitdagingen die deze eenwording onvermijdelijk met zich meebrengt (vermengen en samensmelten van identiteiten, omarming van culturele diversiteit, bewaken van minderheidsbelangen, mondialisering van handelsstromen, economische specialisatie en schaalverandering, het slechten van taalbarrières, adresseren van belangenconflicten, geopolitieke herschikking, migratie, gezondheidsvraagstukken, internationale welvaartsverdeling, enzovoorts)

biedt dat ook nieuwe mogelijkheden voor het helpen oplossen van grote vraagstukken waar we in toenemende mate van urgentie al mee geconfronteerd werden in de eindfase van ‘3.0’: systemische armoede en honger; illegale handel en uitbuiting van/in onder andere mensen, drugshandel -criminaliteit en -gebruik, wapens, grondstoffen en natuurschatten; milieuschade en uitputting van natuurlijke hulpbronnen; bodemdegradatie; biodiversiteitsverlies; vervuiling van de oceanen, de atmosfeer en de ruimte; enzovoorts, waarbij nog steeds niet altijd publiekelijk ten volle duidelijk is wat de werkelijke aard van de problematiek is en de onderliggende oorzaken en daarmee de te verkiezen oplossingsroute.

De wijze waarop wij als mensheid met de aarde en onszelf omgaan noodt tot herijking. Een ander heel belangrijk thema betreft het bereiken van mondiale overeenstemming ten aanzien van ethische aspecten bij de implementatie van nieuwe technologieën: waarvoor verwelkomen de toepassing van nieuwe technologieën graag en waarvoor staan we ze niet toe? Een nieuw mondiaal ethisch handvest is dringend nodig.

Mondiale vraagstukken kunnen aldus deels multiregionaal opgelost worden; deels is mondiale coördinatie vereist. Wij staan ervoor dat dit niet top-down geschiedt onder aansturing van mondiale elites, maar daadwerkelijk gedragen wordt door ‘alle’ wereldburgers in de rijkdom van hun diversiteit en één-zijn, gemeenschappelijk zo veel mogelijk waar zij zich bevinden.

Met de benadering vanuit regionale relatieve autonomie beogen wij een model te ontwikkelen en te kunnen aanreiken dat positief zal bijdragen aan een wereldgemeenschap waarin vrijheid, waardigheid, soevereiniteit en samenwerking hoogtij vieren, nog duizenden jaren. Onze coöperatie is een middel tot nieuwe structuurontwikkeling voor een nieuwe samenleving.

Met een aanlokkelijke visie.

En áls we dan de soevereiniteit, intrinsieke goedheid, uniciteit en gelijkwaardigheid van de mens, van ieder mens, accepteren, en vanuit het concept van wereldburgerschap het organische één-zijn van de mensheid in zijn enorme diversiteit omarmen als basis voor de opbouw van een nieuwe samenleving;
en áls we dan vanuit ‘een nieuwe houding’ coherent invulling geven aan ons persoonlijk handelen, aan onze onderlinge betrekkingen en transacties, aan het opbouwen van nieuwe gemeenschappen die ieders persoonlijke ontplooiing aanmoedigen;
en áls we beginnen vanuit de gelijkwaardigheid van man en vrouw en de harmonie van echte wetenschap (zonder commerciële of politieke inmenging) en ware religie (zonder dogmatiek en bijgeloof) om vervolgens vorm te geven aan nieuwe instituties en instellingen die de samenleving en economie kanaliseren;
en áls we dan de hokjes in ons denken en de schotten in onze educatieve, maatschappelijke, geneeskundige, economische, bestuurlijke, ambtelijke en juridische organisaties verwijderen, passend bij een holistisch en inclusief mens- en wereldbeeld;
en áls we dan gezamenlijke meningsvorming en besluitvorming op alle niveaus inrichten vanuit een verlangen naar waarheid, inclusiviteit, eenheid en rechtvaardigheid;
en áls we technologie dan gaan inzetten vanuit de keuzes gemaakt op basis van een mondiaal kloppende, hoge ethische standaard;
en áls we dan de oneindige fysieke, mentale en spirituele vermogens van de mens gaan laten ontwikkelen en we ieders talenten laten verbinden aan het hoogste doel van één verenigde mensheid harmonieus verbonden met de natuurlijke ecosystemen:

wat is dan de aanlokkelijke visie van persoonlijke vrijheid én maatschappelijke en economische gerechtigheid die we gezamenlijk wensen te verwezenlijken?

Dit stap voor stap, organisch, synergetisch én gestructureerd, door crisis en overwinning, geleidelijk maar onmiskenbaar te ontdekken, is de uitnodiging die wij eenieder doen. Zoek de verbinding in jezelf, met elkaar samen, met ons, de maatschappij, de natuur en met de aarde en de krachten die met ons zijn en sta op.

In gezamenlijke ‘ware vrijheid’.

We bezien het begin van Society 4.0 in het historische perspectief van Nederland. Gedurende de tachtigjarige oorlog (vijftienhonderd achtenzestig tot zestienhonderd achtenveertig; 1568-1648) maakte Nederland zich vrij van de Spaanse overheerser. In vijftienhonderd eenentachtig (1581) ondertekenden de provinciën verenigd in de Unie van Utrecht het Plakkaat van Verlatinghe.

De prins Willem van Oranje, opgegroeid aan het Spaanse hof maar later vechtend tegen de Spaanse overheerser, werd in vijftienhonderd vierentachtig (1584) door Spaanse kogels gedood.

In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd Johan van Oldenbarnevelt, als landsadvocaat en raadspensionaris de belangrijkste politicus van het gewest Holland, door toedoen van Willems zoon, stadhouder en prins Maurits, op beschuldiging van hoogverraad in zestienhonderd negentien (1619) onthoofd. Diens latere opvolger, Johann de Witt, zoon van een burger-regentenfamilie, bestuurde Holland na de vroege dood van prins Willem II de tweede, gedurende het eerste stadhouderloze tijdperk, een periode die hij de ‘Ware Vrijheid’ noemde.
De Witt tekende de Akte van Seclusie die de troonsbestijging door een Oranje onmogelijk moest maken en in zestienhonderd tweeënzeventig (1672) werd ook hij met een kogel vermoord en afschuwelijk verminkt. Driehonderdvijftig jaar later waart de strijd tussen burgerij en de adel nog steeds rond in de vorm van een inmiddels mondiale elite die langs lijnen van politiek, markt en gezondheid zijn grip op de wereldburgerij immer meer dreigt te versterken.
De hierboven vermelde ‘aanlokkelijke visie’ biedt ruimte voor iedereen, adel en burgerij, in de menselijke gelijkwaardigheid van ons allemaal. Wij herhalen de uitnodiging tot ontdekking en verbinding in ‘ware vrijheid’ voor allen: laten we als erfgenamen van een gezamenlijke historie elkaar de hand toereiken en het dit keer zonder kogels doen.”

Beginnend met een kwartiermakersperiode.

Het werk waar wij in onze regio voor staan lijkt groot, maar begint gewoon heel klein: met leren en ontwikkelen. Om het leren in diverse opzichten expliciet onderdeel te maken van onze organisatieontwikkeling begint onze coöperatie met een kwartiermakersperiode van in beginsel ongeveer twee jaar. In deze periode willen we de coöperatie versneld opstarten; een hechte ledengemeenschap creëren; de bedrijfsvoering inrichten; concepten, producten en diensten ontwikkelen; en vooral ook heel veel leren. Wij verbinden ons daarom in een ‘flitscoöperatie’ op basis van statuten die opzettelijk en nadrukkelijk zo beknopt mogelijk zijn gehouden. In deze oprichtingsstatuten beschrijven we derhalve bewust niet de details van onze interne organisatiestructuur, maar verankeren we wel onze bedoeling, uitgangspunten en doelstelling. Tegelijkertijd nodigen we betrokkenen en belangstellenden uit om, voorlopig als aspirant-lid, zich aan onze coöperatie te verbinden en mee te denken over de gewenste statutenwijziging die we over circa twee jaar formeel willen laten passeren bij de notaris. We gebruiken de kwartiermakersperiode dus om al lerend samen te werken aan de voorbereiding van deze statutenwijziging voor de meer definitieve vormgeving van onze coöperatie.

En een onderzoeksopdracht.

Het leerproces wordt ondersteund met een ‘leer-groeidocument’ en geeft in termen van structuur vorm aan het ‘Overgangsreglement’. Tijdens de kwartiermakersperiode worden in het leer-groeidocument de voortschrijdende inzichten vastgelegd omtrent alle belangrijke onderdelen van de structuurinrichting van onze coöperatie, waaronder de besturing, de financiering, de invulling van het lidmaatschap, maar ook documenteren we het leren binnen de (nu negen) domeinen. Ter bevordering van het leerproces geven we onszelf een aantal specifieke (onderzoeks)opdrachten mee:

a. De verbinding met onszelf op te zoeken en de sporen van de ‘oude’ samenleving die ook wij nog meedragen zo veel mogelijk proberen uit te wissen, terwijl we (of te transformeren, door te…..? werken aan het ontwikkelen van een bij de ‘nieuwe’ samenleving passende mens, daarbij ook nieuwe (aspirant)leden meenemend;

b. Het creëren van een groeiende ledengemeenschap;

c. Het opbouwen van een levensvatbare interne organisatie met een krachtig, kundig, talentvol, betrokken en gebalanceerd samengesteld bestuur.

d. Het neerzetten van een solide financiële structuur en basis door de (door)ontwikkeling van de organisatie en het doen van investeringen binnen ons werkgebied;

e. Het stimuleren van de beweeglijke ontwikkeling en structurering van ledenrelaties (ledencategorieën, rollen, rechten en plichten), de governance, financiering en fiscaliteit van onze coöperatie gedurende haar eerste fasen van het pionieren en kwartiermaken, met oog op de daaropvolgende fase van professionalisering;

f. Het ontwikkelen van nieuwe, passende vormen van waardering en beloning voor bijdragen aan hetgeen collectief nodig is (maar misschien niet altijd meteen ‘verkoopbaar’ zijn), uitgaande van integriteit, rekening houdend met beschikbaarheid van middelen (ook door de tijd heen) en vervolgens recht doende aan individuele behoefte, inzet en prestatie;

g. Het openstellen voor verbinding met allen, ook met bestaande publieke en private partijen die de overstap naar de nieuwe samenleving nog dienen te willen maken